Droom over honden

 

Er was een kamer met een groot voorportaal. Mogelijk een boerderij. Daar zit ik in een kamer. Er komt een Turkse knul binnen met een mes. Hij pakt me en bedreigt me met dat mes.

Daarna is er een klein meisje met lang blond haar. Hij pakt dat meisje en bedreigt haar met dat mes en laat mij los.

Dan opeens komen er 3 van zijn vrienden (ook zwartjoekels) in het voorportaal. Zij lachen. Op dat moment laat hij het mes vallen in de kamer waar ik zit.

Links van mij zit een knul met donker krullend haar. Hij had zo dat mes had kunnen pakken, maar hij deed ’t niet. Hij ging staan en ging weg. . . . Ik baalde. . .

Wat mij bijbleef op dat moment was: ‘waarom doet Dolph (de hond) niks, want anders is ie zo fel.

Ik zou wat drinken nemen en mijn buurvrouw van beneden was er opeens ook. Ik ben toen weggegaan, maar weet niet waarom. En dan ziek ik opeens Feikje (de overleden hond) zitten bij een boom. Bij die boom loopt een water voorlangs.

Ik loop op een pad en er zit een heel stuk ruimte tussen. Vanaf dat pad zie ik haar dus zitten. Daar zit een klein roodbruin hondje met wit. Het is een kleinere Cocker, de zgn. King Charles. Dat hondje zit vóór Feikje. Feikje zit er stijf op en beschermt haar als het ware.

 

Dan kom ik op een gegeven moment bij een box van ongeveer 5 x 3 meter. Een soort paardenbox met zand en strooi erin. Dan zijn daar opeens 3 blonde Cockers zoals Feikje.

En dan opeens zit ze in een kar. Op de kar staat Jaap en nog wat letters die ik in de gauwigheid niet kon lezen.

Ik deed niet anders dan roepen dat ze uit de kar moest komen, want waar ging ze heen.

Toen waren er opeens mensen naast me en stelden me gerust, want ze komt zo terug. (Want Jaap zit op die trekker, en dat stelde mij het meest gerust. Mijn vroegere campingbaas van Uitgeest.)

Ik sta daar voor een hek aan een zandweg. Feikje heeft haar hoofd fier omhoog.

 

Dan later ben ik weer bij die ‘paardenbox’. Daar zat Feikje in die box, helemaal links achter met een ander hondje. In dezelfde beschermende houding. (Dat was toch echter hetzelfde hondje als bij de boom.)

Dan is opeen Dolph er en die gaat in dat rood beige zand liggen rollen. ’t Is eigenlijk geen zand. Ik probeer hem schoon te kloppen, maar het lukt niet.

In het midden van de box ligt strooi en daar liggen hele dikke drollen in.

Dan zijn er weer mensen om me heen en zeggen: ‘dat is ook een mooi zooitje, die stront in het midden’.

Ik zeg: ‘dat moet een grote hond zijn geweest. Ik kijk goed en zie dat het paardendrollen zijn.

 

Dan ineens zijn die zwartjoekels (die Turkse knul met zijn vrienden) er weer. Ze kijken heel vriendelijk en joviaal. Dan zie ik dat de honden kunnen ontsnappen tussen de hekken door. Ik word gerust gesteld, want die andere mensen zeiden dat ze er wel op zouden letten.

Dan ga ik uiteindelijk terug en daar is een kraam met een heel lange tafel. En dan ineens komt Feikje eraan.

Dan wordt er tegen mij gezegd: ‘zie je wel, ze kan niet zonder jou, ze zocht jou.

Dan zeg ik op dat moment: ‘ja maar dat is Feikje niet’.

Dan komen er nog 2 blonde Cockers zoals Feikje aan. Die ene kan ze niet zijn, want die is te groot, en de kop klopt ook niet. Die andere heeft een heel rare vacht met bloed. (Ik moet hierbij denken aan een vlooien allergie en een opengekrabde huid.)

Dan kijk nog eens goed naar dat hondje en zie dat het Feikje wel is. Ze heeft ook dat oog eruit.

En dan voel ik me op een of andere manier happy en ga naar binnen en drink mijn drankje op. Het is een blikje bier.

 

Einde droom.

 

Mogelijke betekenis

 

Deze droom moet gezien worden in het licht van de problematiek van de droomster, een vrouw van in de vijftig. Een rouwproces ten gevolge van het overlijden van haar man en andere familieleden en vrienden dat na ongeveer twee op gang komt door een tv-uitzending over euthanasie. Vervolgens wordt een van haar honden ziek (het teefje) en moet zij die in laten slapen. Haar andere hond (de reu) korte tijd later ook ziek en moet zij ook laten inslapen.

De rouwproblematiek was zo hevig dat zij niet verder wou en eigenlijk ook dood wou.

 

De droom toont in symbooltaal het onbewuste proces van een veranderende instelling waarmee zij verder kan in het leven. De droom eindigt in ieder geval dat de droomster haar drankje (een blikje bier) opdrinkt, zich op een of andere manier happy voelt en naar binnen gaat.

Deze zinsnede is tegengesteld aan een zin uit het eerste deel van de droom: ‘Ik zou wat drinken nemen en mijn buurvrouw van beneden was er opeens ook. Ik ben toen weggegaan, maar weet niet waarom’. Tussen deze twee zinnen ligt een wereld aan betekenis.

De eerste vraag die zich opdringt is: waar gaat zij naar binnen?  Het antwoord ligt in het begin van de droom: de kamer met groot voorportaal van een boerderij. En de volgende vraag is dan, ‘waarom moet daar naar binnen gegaan worden?’

De boerderij met kamers en voorportaal is te beschouwen als een symbool van het onbewuste. Een moedersymbool in z’n twee tegengestelde betekenissen: dood en leven. Er moet in afgedaald worden om het leven (in geestelijke zin) opnieuw te bemachtigen en er dus ook weer uitkomen. (Het aspect van het afdalen wordt uitgebeeld door de buurvrouw van beneden die er opeens ook was, maar het kan ook een naar beneden trekken zijn.) Als je er niet uitkomt is dat de geestelijke dood. Het geheim van de vernieuwing van het leven ligt diep in haar onbewuste. Het vernieuwende aspect wordt uitgedrukt in het gegeven dat bij de droomster die zelf een vrouw van ergens in de vijftig is zich een jong meisje met lang blond haar bevindt. Kinderen zijn in de symboliek altijd symbolen van een nieuw bewustzijn.

Het gevaar, de dood, het niet tot een nieuw bewustzijn komen wordt gesymboliseerd door de Turkse knul met zijn drie vrienden.

Er moet dus iets uit dat moederlijke onbewuste gehaald worden. Zeg maar de schat of het levenselixer. Maar op het diep in het moederlijke onbewuste indringen staat een taboe dat als een incest-verbod beschouwd kan worden. Daarom wordt dat taboe-gebied bewaakt: de Turk met zijn drie vrienden. Dit thema zien we vaak in mythen en sprookjes als de draak met de drie koppen die de schat bewaakt. Of ook wel de tovenaar of jager van een bos die indringers moet tegen houden. Bekend is het sprookje van de jager dat op een drie-benig paard rijdt dat door Jung besproken is.

In dit geval is de bewaker een Turk, een man, het negatieve aspect van  de animus (de animus is ‘t onbewuste mannelijke aspect in de vrouwelijke persoonlijkheid) dat de vooruitgang/bewustwording wil tegenhouden. Tegenstellingen in de persoonlijkheid zijn nodig om de dynamiek op gang te houden. De Turk laat het mes op een gegeven moment vallen, waarmee aangeven wordt dat de tegenstellingen niet in absolute zin gezien moeten worden maar er een geheim plan is waarin die tegenstellingen zich op een hoger niveau op moeten lossen en er een nieuwe heelheid moet ontstaan. Het organiserende centrum daarvan wordt het Zelf genoemd. Dat blijkt uit het laatste deel van de droom waarin de Turk en zijn vrienden vriendelijk en joviaal zijn.

 

Wat er tussen die twee momenten van niet drinken en wel drinken in de droom gebeurt wordt uitgedrukt in de wederwaardigheden die zij met haar honden heeft. De mogelijkheden en strijd om verder te gaan in het leven drukken zich uit in het fantasieverhaal van de droom. Die mogelijkheden moeten in zo’n verhaal uitgedrukt worden om het toegankelijk te maken voor het bewustzijn: de zogenaamde Archetypische Beelden.

Uit het gegeven van de droom is af te leiden dat het verhaal over de honden over de droomster zelf gaat. Zoals de droomster een klein meisje bij zich heeft, heeft haar overleden hond (Famke) een kleiner hondje bij zich. De situering wijst een wisselwerking tussen leven en dood. Haar dilemma dus: wil ik dood of verder leven, en kan ik dat wel?

Het pad waarop de droomster loopt is een symbool van de levensweg. De boom, het water er langs zijn symbolen van leven en van dood.

De droomster begon haar droom met een situering bij een boerderij. Haar overleden hond was ook in een soort boerderij: paardenbox.

Honden en paarden zijn trouwens dieren die met dood en wedergeboorte te maken hebben. De hond zorgde er in het hiernamaals voor dat de overledene daar veilig aankwam. De Egyptische God Annunbis had een hondekop en zorgde voor de her-samenstelling van het ontbonden lichaam in het hiernamaals, enz.

Honden bewaakten ook de grens tussen het leven en het hiernamaals. Bekend is de driekoppige hond Cerberus uit de Griekse mythologie die zo’n grens bewaakte en eerst tevreden gesteld moest worden als je er langs wou.

De Grieks-Romeinse godin Hecate heeft ook zo’n functie. Hecate is een godin met drie gestaltes en wordt ook wel uitgebeeld als een vrouw met een paardekop of een hondekop. Een godin van nachtmerries. Een doodsgodin. Passend in de dromen van een vrouw die in een ernstig rouwproces zit en vaak bekropen wordt door de gedachte er dan ook maar een einde aan te maken. Dus balancerend tussen leven en dood.

Deze Hekate zou gezien kunnen worden als het archetypische beeld van het ‘dood willen’ waardoor mensen in staat worden gesteld zich zelf van het leven te beroven. Of in een beschaafdere vorm ‘euthansie te plegen’. Het rouwproces is bij de droomster tenslotte ook begonnen na een tv-uitzending over actieve euthanasie. Alles wat daar fout kon gaan. En hoe het ook bij haar overleden man fout ging toen hij er een beroep op deed en de instanties het af lieten weten.

Zoals er in de Oudheid een hele Hekate-cultus die door de Kerk overgenomen is in de vorm van de Sacramenten der Stervenden, zo is er in onze ontkerstende tijd een Euthansie-cultus in opkomst, maar zolang die (nog) niet goed werkt vallen de mensen die het aangaan er nergens anders terecht kunnen terug op droombeelden van praktijken uit een ver verleden.

Deze godin Hekate had een dochter Empusa die in haar negativiteit nog erger was dan haar moeder. Zij verscheen als een eenbenige nachtmerrie met een kunstbeen van kopererts en een voet van ezelmest en gehuld in een soort blaas of kleed van bloed.

Kijkend naar de droom zien we het moeder-dochter thema. Zie we de rare vacht met bloed en het aspect van de mest.

De godin Hekate wordt ook geassocieerd met poorten, hekken, wegen, wegkruisingen, geboortes van kinderen, opvoeding van jongeren. In positieve en negatieve zin.

De droomster stond in haar droom voor een hek aan een zandweg.

Alle aspecten die aan Hekate en haar dochter Empusa toegeschreven kunnen worden vinden we in deze droom terug.

De droom eindigt positief. De Turken zijn vriendelijk en joviaal. De honden ontsnappen tussen de hekken door.

 

Zonder op alle details van de droom in te gaan kan gezegd worden dat het de droomster op een af andere manier gelukt de doodsdrift die door de godin Hekate en haar dochter Empusa gepersonifieerd wordt om te buigen in het positieve aspect van deze Hekate.

Het moederlijke onbewuste verslindende is een voedende moeder geworden dat nieuwe levenskacht en bewustzijn gaf.