DE BLAFFENDE BIJTENDE en ACHTERVOLGENDE HOND

 

Droom

We zijn ergens buiten. De omgeving is heuvelachtig.

We zijn met meer dan drie personen. Ik weet niet wie dat zijn.

We gaan een wandeling maken naar dat onbewoonde gebied. We lopen de laatste huizen langs. En dan komt er een blaffende hond aan.

In ons gezelschap zijn 2 kinderen.

De hond komt eraan en begint tegen de eerste te blaffen. Ik kijk er naar en zie dat de hond gevaarlijk dicht bij de kinderen komt en zijn tanden laat zien. Heel dichtbij.

Ik denk dat die hond gaat bijten en leidt zijn aandacht af en laat hem dicht bij mij komen.

Het lijkt dat hij mij nu gaat bijten en trap hem tegen zijn neus: zo van ‘nu weggaan’.

We gaan verder met de tocht, maar de hond blijft ons volgen. We lopen langs een afgrond in een rotsachtig gebied.

De hond blijft volgen en moeilijk doen. Ik steek mijn hand met vuist naar hem uit. Ik hang daarbij aan een rots en de hond hapt en bijt in mijn hand. Ik trek mijn hand op, met hond en al, en schudt hem van mijn hand af. De hond valt in de afgrond. Het was daar niet diep, want de hond was er later weer.

Toen zei iemand uit de groep: ‘die hond houdt van jou omdat hij steeds terug blijft komen’.

Op dat moment draaide ik mij linksom en keek naar de hond en de hond keek naar mij. We hadden oogcontact. En vanaf dat moment begreep de hond alles wat ik zei.

 

Uitleg:

De Dromer bevindt zich in een onbekend onbewoond gebied en in een onbekend gezelschap. Dat staat voor symbool van het onbekende in hemzelf: De onbewuste mogelijkheden.

Het onbewuste is te beschouwen als een onuitputtelijke bron van mogelijkheden waarvan we ons niet of nog niet bewust van zijn. In de regel wordt het onbewuste actiever als er een noodzaak tot vernieuwing of verandering is. Als de dromer in zijn bewuste leven vastloopt en geen antwoord meer weet op de moeilijkheden en problemen die hem overkomen. (Dat is bij de dromer het geval: zakelijk en persoonlijke problemen met huwelijk en kinderen.)

 

De dromer wordt achtervolgd of gevolgd door een hond. Bij achtervolgingen is er een onbewust of half bewust deel van zijn persoonlijkheid dat zich bij hem wil voegen om zijn persoonlijkheid zodanig aan te vullen dat hij zijn problemen weer aankan. Een geestelijke en/of lichamelijke instorting moet voorkomen worden. De persoonlijkheid moet verrijkt worden.

 

De dromer loopt met een groepje mensen het onbekende onbewoonde gebied in. Voorbij de laatste huizen. Hij beweegt zich dus naar en in het gebied van het onbewuste om daar nieuwe ideeën op te doen. Dit onbewuste is onpersoonlijk en collectief. Dat wil zeggen dat het geen opslagplaats van persoonlijke verdrongen of vergeten ervaringen en gevoelens of gebeurtenissen is, maar van de hele mensheid. In dat collectieve onbewuste leven we in het meervoud. Het enkelvoudige Ik is opgelost in een veelvoud van deelpersoonlijkheden. We leven er als een Wij. Dat is duidelijk in de droom te zien: We zijn met meer dan drie personen. Die verbrokkeling van het enkelvoudige Ik vindt in dromen altijd plaats. Als we wakker worden en het bewuste deel van onze persoonlijkheid neemt het weer over, worden die brokstukken (deelpersoonlijkheden) weer samengevoegd (geïntegreerd) onder regie van het Ik.

In dat collectieve onbewuste zit eigenlijk de hele evolutie van onze soort en opties voor de toekomst opgeslagen in de vorm van archetypen: dat zijn aangeboren gedragsmogelijkheden die ongeveer hetzelfde zijn als instincten en de energie die daarbij hoort: de driften. De hond verwijst hier als een symbool naar.

 

In het gezelschap zijn twee kinderen. Kinderen zijn het beeld van een nieuw bewustzijn dat zich losmaakt uit het onbewuste. Het zijn eigenlijk kinderen van de onbewuste geest. Een nieuw bewustzijn wordt geboren. Iets onbewusts wordt bewust. Het onbewuste moet iets loslaten dat in het bewustzijn moet komen. De dromer heeft nieuwe ideeën of een nieuwe instelling nodig om zijn problemen in het bewuste leven aan te kunnen.

 

Het onbewuste heeft de eigenschap dat het niet zomaar iets prijsgeeft. Het wil a.h.w. al zijn inhouden bewaren en geeft het pas prijs als er voor betaald of geofferd wordt. Het onbewuste wordt in die zin ook bewaakt. De hond is in dit opzicht ook waakhond en beschermer van het onbewuste.

(In mythen en sprookjes komt dit thema vaak voor als het monster, de draak, wolf of de reus die de schat diep in de grot of het bos bewaakt. Dat monster moet eerst verslagen worden en het is dan de held in de mythe of het sprookje dat uiteindelijk het monster verslaat daar waar velen voor hem gefaald hebben en verongelukt zijn. Dat zijn dan de slachtoffers die a.h.w. geofferd zijn.)

De hond heeft het dus duidelijk op de kinderen gemunt. Het onbewuste wil de kinderen (dat nieuwe bewustzijn) niet zomaar prijsgeven. (Een veel voorkomend thema in sprookjes: kinderen die in het bos verdwalen of bedreigd worden opgevreten te worden door wilde dieren: Roodkapje, Hans en Grietje, Klein Duimpje.)

De hond is dus de bewaker van het onbewuste dat vrouwelijk en moederlijk is, het zogenaamde Matriarchaat. De hond is een dierlijk (theriomorf) symbool van ’t mannelijke aspect van het vrouwelijke moederlijke onbewuste: de Animus van het Matriarchaat.

(In veel sprookjes is het bos het symbool van het Matriarchaat en de jager of de tovenaar het symbool van de bewaker van dat bos het symbool van de Animus. Het Matriarchaat wordt ook wel in sprookjes gepersonifieerd als een oude heks die kinderen opeet.)

De dromer is de held die de kinderen redt van de tanden van de hond. Hij is de held omdat hij succes heeft, maar hij moet ook iets offeren: iets van zijn hand. Het hongerige vraatzuchtige onbewuste (dat vaak als wolf uitgebeeld wordt, maar hier als agressieve hond) geeft pas iets prijs of laat pas iets gaan als zijn honger gestild is.

(In sprookjes kom je dit tegen dat er een been of voet of arm afgebeten of uitgerukt is en de held een beetje mank loopt. Soms heeft de held als hij door de wolf of wolven in het bos achtervolgd wordt een aantal lammetjes bij zich die hij dan aan de wolven geeft om hun honger te stillen en zo het veilige gebied bereikt: het bewuste gebied bereikt.)

 

De dromer is hier een held, omdat hij het uiteindelijk redt. Hij redt het op het randje en valt bijna de afgrond in: d.w.z. het onbewuste slokt hem bijna op. (Opslokken is ook weer zo’n thema uit sprookjes en mythen. Het komt zelfs in de Bijbel voor in het verhaal van Jonas en de walvis. Ook de Indiaanse  held Hiawatha wordt door een grote vis verslonden. Maar de held komt er weer uit. En het verslagen monster is vaak een deel van de buit.)

Het is zinvol je af te vragen wat er gebeurd zou zijn als de dromer echt in de afgrond gestort zou zijn: dan zouden de krachten van hem onbewuste hem verslonden hebben en was hij in een psychose terecht gekomen. Of hij zou een slapend sluimerend bestaan onbewust van zijn mogelijkheden hebben geleefd.

 

Uit het verloop van de droom blijkt dat er een soort identiteit (eenheid van wezen) is tussen de hond en de dromer. Er ontstaat een verstandhouding de hond en de dromer kijken elkaar in de ogen en begrijpen elkaar volledig. Dat betekent dat de dromer zich bewust aan het worden is (in de droom is ie dat op symbolische wijze al) van een negatieve kracht in hem die tegen hem in werkt en door die bewustwording gaat die kracht voor hem werken.

Het positieve is dat de hond niet meer de kinderen aanvalt en zo een nieuwe bewustwording tegenhoudt, maar juist die kinderen gaat beschermen.

 

Als iemand uit de groep zegt dat de hond van hem houdt, draait de dromer zich linksom en vindt er een vorm van verstandhouding plaats. Links is de donkere Schaduwkant van de persoonlijkheid. De droom zegt hiermee dat hij ook zijn duistere kanten in ogenschouw moet nemen omdat dat ook een deel van de persoonlijkheid is. Gewoonlijk bezit die duistere kant veel energie vanwege de onderdrukte driften en instincten. Als dat deel gaat meedoen komt er veel meer energie ter beschikking voor het bewustzijn.

 

Door de strijd met de hond is een negatief geestelijk aspect van zijn persoonlijkheid getransformeerd in een positieve geest. De dromer zal meer mogelijkheden hebben om bijvoorbeeld zijn intuïtie te benutten.

 

Een prachtige droom waarin de dynamiek van de psychische krachten mooi tot uiting komt. Wat hier in één nacht gebeurt kan geen psychotherapeut nadoen.